De onderstaande vuistregels kunt u als docent hanteren voor het internet-gebruik op school. Bespreek ze met de leerlingen die toegang hebben tot internet en geef ook de ouders een kopie van deze vuistregels. Dat kan bijvoorbeeld in het kader van een ouderavond over veilig internetten.
Surfen en gamen
- Ik weet dat niet alles waar is wat ik op leuke websites zie.
- Ik download niets, geen games, geen software, geen muziek.
- Ik gebruik een apart (Hotmail-)adres om mezelf te registreren op websites.
- Als ik iets tegenkom wat ik niet wil zien, klik ik het weg (als het niet lukt vraag ik hulp).
- Als ik me vervelend voel door iets wat ik heb gezien, dan vertel ik dat aan iemand die ik vertrouw.
Chatten en MSN’en
- Ik gebruik altijd een nickname als ik chat.
- Ik geef geen e-mail adressen, gewone adressen, namen (ook niet van school), telefoonnummers, foto’s, wachtwoorden en andere persoonlijke informatie aan mensen die ik alleen van het chatten ken.
- Ik reageer niet op pesterijen, dreigementen of scheldpartijen en haal zelf ook niet van dit soort ‘geintjes’ uit via Internet.
- Ik blijf altijd vriendelijk en eerlijk en scheld niet (terug).
- Als er iets vervelends gebeurt, ga ik weg uit de chat.
- Ik bel mail of bel niet zomaar met kinderen die ik van Internet ken, en spreek niet met ze af zonder dat mijn ouders dat weten.
- Onbekende mensen verwijder ik uit mijn MSN-contactlijst.
Mailen
- Ik open nooit mailtjes van onbekenden.
- Ik open geen attachments, ook niet van bekenden.
- Ik verstuur geen viruswaarschuwingen en geen kettingbrieven.
- Spam en junkmail gooi ik meteen weg en ik reageer er nooit op.
- Ik verstuur geen foto’s.
- Ik verstuur geen anonieme mail.
- Ik verstuur geen flauwe grappen, dreigmail of hate-mail.
Eigen homepage, website of weblog
- Ik geef geen informatie prijs over mezelf of anderen.
- Ik kopieer niet zomaar plaatjes en praatjes van andere websites op mijn eigen pagina(’s). Ik vraag eerst toestemming aan de makers.
Web-winkelen
- Ik koop niets in een webwinkel.
Huiswerk doen met Internet
- Ik weet dat niet alles waar is wat ik op Internet tegenkom.
- Als ik niet weet of ik een website kan gebruiken, vraag ik raad aan de juf of de meester.
- Ik neem niet zomaar teksten over van websites voor schoolopdrachten.
- Voor het kopiëren van plaatjes en foto’s vraag ik eerst toestemming aan de makers.