Handige documenten /

Oplossingen en tips bij pesten - algemeen

Om digitaal pesten het hoofd te bieden is het zaak om eerst stil te staan bij het feit dat internet-pesten en offline pesten even erg zijn. Dat lijkt een open deur maar is het niet. Het komt namelijk regelmatig voor dat een scheldpartijtje via Internet harder wordt aangepakt dan een akkefietje op het schoolplein.

Offline pesten en internet-pesten wellen op uit dezelfde bron en moeten dus ook met dezelfde maatregelen worden aangepakt. De volgende maatregelen, geïnspireerd op het gedachtegoed van pestdeskundige Bob van der Meer, zouden een algemeen antwoord kunnen zijn:

  • de school heeft een anti-pest-protocol geformuleerd en aanvaard. Daarin staat op welke manier(en) de pester en de gepeste hulp wordt gegeven; 
  • de school beschikt over een vertrouwenspersoon en over een door alle schoolgeledingen aanvaarde klachtenprocedure; 
  • er worden omgangsregels geformuleerd; 
  • leerlingen die deze door leerkrachten of met elkaar vastgestelde (nieuwe) normen blijven overtreden, krijgen hulp. Deze concreet geformuleerde hulp is aan alle schoolgeledingen ter goedkeuring voorgelegd, door hen aanvaard, als beleid vastgelegd, waarna het wordt uitgevoerd en jaarlijks geëvalueerd;
  • de leerkrachten stellen met elkaar een gedragscode vast over hun omgang met leerlingen, met elkaar en met de ouders;
  • ouders die hun kinderen bij school aanmelden wordt het beleid op het gebied van pesten ter informatie voorgelegd.

Pesten is een probleem dat nooit zal verdwijnen. Het hoort bij de maatschappij en bij groepsprocessen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het wel belangrijk is om het voor zover mogelijk te voorkomen en effectief aan te pakken wanneer het daadwerkelijk optreedt. Voorwaarde is dat álle partijen, variërend van leerlingen tot leerkrachten, en van ouders tot directie, bij de aanpak van het probleem worden betrokken. En er is een structurele aanpak nodig. Het pest-protocol moet niet in een lade verdwijnen om daar te verstoffen. 

Aan deze algemene lijn kan een digitale component worden toegevoegd. Om te beginnen moet er een vertrouwenspersoon zijn met Internet-kennis. Verder moet er een sfeer zijn waarin over de goede kanten van Internet gepraat kan worden. Zet de vervelende aspecten niet voorop. Kinderen kunnen intens genieten van Internet. Ze kloppen pas bij een vertrouwenspersoon of leerkracht aan, als die begrijpt wat ze online doen en waarom ze daar zo’n plezier aan beleven.

Lokatie thuis / Internet op school / Handige documenten
Gepubliceerd: wo 29 aug 2007 · Laatst gewijzigd: zo 17 aug 2008