Lessen /

Bordspel: veilig Internetten en sms'en

Praktijkschool Het Pleincollege in Eindhoven heeft regelmatig te stellen met akkefietjes tussen leerlingen op Internet. Soms lopen die relletjes behoorlijk uit de hand. De twee vertrouwenspersonen van de school wilden daarom ‘veilig Internet’ in de klas behandelen, maar ze kwamen tot de ontdekking dat er weinig geschikt lesmateriaal is. Dus maakten ze zelf wat: een bordspel.

U kunt het spel zelf namaken en spelen met uw eigen leerlingen (11-15 jaar).

Thema: hoe maak je verantwoord gebruik van Internet en de mobiele telefoon?

Lesdoel: door kinderen te laten vertellen en nadenken over hun positieve en negatieve Internetervaringen, raakt de docent in gesprek met de groep over wat wel en niet verantwoord is op Internet en in het mobiele telefoonverkeer.

Doelgroep: groepen 7 en 8 basisschool, klassen 1 tot en met 5 middelbare school.

Werkvorm: bordspel voor maximaal 10 spelers.

Materialen:
Spelbord – Op de buitenrand van het spelbord worden vier verschillende categorieën in vier verschillende kleuren aangegeven. De categorieën zijn: mailen, chatten, sms’en en Internetten. In het midden van het bord bevinden zich drie vakken, met daarop: ‘OK’, ‘niet OK’ en vraagtekens.

Situatiekaartjes – Per categorie zijn er 24 situatiekaartjes waarop telkens een situatie wordt beschreven. Deze kaartjes worden op het bord over de buitenrand verdeeld en bij de bijbehorende kleur gelegd.

Dobbelsteen – Op de dobbelsteen moeten de kleuren staan die gebruikt zijn voor de verschillende categorieën. De overgebleven vakken kunnen gebruikt worden voor ‘nog een keer gooien’ of om zelf een kleur kiezen. 

Spelregels
Fase 1 – Een speler gooit de dobbelsteen, pakt een kaartje in de kleur die gegooid is, en leest het kaartje hardop voor. De speler bepaalt of hij/zij de situatie wel of niet OK vindt en legt het kaartje op het midden van het bord, op het vakje dat correspondeert met zijn mening. Als de speler de situatie niet helemaal duidelijk vindt, wordt het kaartje bij het vraagteken gelegd. Als een van de andere spelers het niet eens is met de keuze van de huidige speler klopt hij/zij op de tafel. De speler moet het kaartje dan ook bij het vraagteken leggen. In deze fase van het spel vindt er geen discussie plaats. De spelleider bepaalt wanneer de eerste fase van het spel voorbij is.

Fase 2 – De kaartjes die in het vak van het vraagteken liggen, worden gepakt. De spelleider leest de kaartjes één voor één voor. Het is de bedoeling dat er per situatie een discussie ontstaat om tot voorwaarden te komen waaruit regels opgesteld kunnen worden om op een veilige manier met de situaties om te gaan.

Hieronder volgen de situaties voor de situatiekaartjes (die u zelf met eenvoudige middelen zelf kunt maken).

Print of schrijf de situaties op etiketten, en plak de etiketten op gekleurde kaartjes van stevig karton. Kies drie kleuren karton: een voor chatten / MSN’en, een voor Internetten, en een voor e-mailen. Zoals gezegd kan elke situatie uiteindelijk beoordeeld worden met ‘OK’, ‘niet OK’, of ‘vraagtekens’.

Chatten / MSN’en
- Je was gisteren aan het chatten met een meisje van jouw leeftijd. Nu blijkt ‘dat meisje’ een jongen uit jouw klas te zijn. Hij vertelt nu lachend allerlei persoonlijke dingen van jou aan zijn vrienden.
- Je ouders hebben ruzie met elkaar. Je bent met een onbekende aan het chatten. Met die persoon kun je goed over de ruzie tussen je ouders praten.
- Je bent met je beste vriendin aan het MSN’en. Tijdens jullie gesprek voegt zij plotseling jouw ex-vriendje toe.
- Je hebt een jong hondje gekregen. Je laat hem via je webcam aan al je vrienden zien.
- Na 3 weken chatten wil je dat meisje graag in het echt zien. Je maakt een afspraak met haar.
- Je hebt ruzie met een klasgenootje. Thuis kom je haar tegen op MSN Messenger. Je scheldt haar uit.
- Fatima en Simone hebben ruzie met elkaar op MSN. Ze spreken af om het morgen na schooltijd verder uit te vechten.
- Bram en Achmed hebben ruzie op de MSN. Bram eindigt het gesprek met de woorden: “Wacht maar, morgen na school!”.
- Je hebt een rotdag gehad op school. Je spreekt met je vriendin af om na school te MSN’en. Dan kun je er met haar over praten.
- Frits vraagt aan een meisje dat hij leuk vindt of zij haar blouse uit wil doen voor de webcam.
- Je mag van je ouders elke dag 3 uur MSN’en.
- Je mag van je ouders elke dag een half uur MSN’en.
- Je moeder kijkt regelmatig over je schouder mee als je aan het MSN’en bent.
- Je vader bekijkt op de computer de gesprekken die jij op MSN hebt gevoerd.
- Iemand in een chatbox vraagt aan jou op welke school je zit.
- Iemand in een chatbox vraagt je of je wel eens met iemand naar bed bent geweest.
- Iemand in een chatbox stuurt jou de ringtone die je graag wil hebben.
- Je vindt het gemakkelijk om in een chatbox over je problemen te praten.
- In een chatbox praat je over je seksuele ervaringen.
- Je hebt seksuele voorlichting gehad op school. In de klas vind je het niet prettig om vragen te stellen. Straks wel in een chatbox.
- Om je vriendin te helpen, geef je het mailadres van de vriend van je broer waar zij verliefd op is.
- Iemand heeft jouw foto op Internet gezien. Hij zegt dat je zó mooi bent, dat je wel fotomodel kan worden. Hij wil een afspraak met je maken.
- Je bent 14. Je vindt het stoer om in een chatbox te zeggen dat je 18 bent.
- Je hebt een nieuwe bikini. Je trekt hem aan en laat hem via de webcam aan je vrienden zien.

Internetten
- In het computerlokaal laat de leerkracht jullie zien hoe je snel porno-sites kunt vinden. De leerkracht vertelt in de klas dat er onder jouw wachtwoord porno-sites zijn bezocht. Je weet zeker dat jij dat niet gedaan hebt.
- Op de sportdag worden foto’s gemaakt. Ook in de kleedkamer. Deze foto’s komen op website van de school.
- Tijdens de computerles wordt er stiekem maar sekssites gesurft.
- Je ouders zetten een Internetfilter op jullie computer.
- Op school zit moet er altijd een webfilter op de computer zitten.
- Op je eigen webpagina (bijvoorbeeld CU2.nl of Sugababes.nl) mag je de foto’s zetten die jij wilt.
- Als je iets opzoekt over honden verschijnt er een pop-up van een sekssite in beeld. OK of niet OK?
- Je ouders hebben de computer in de woonkamer gezet.
- Je kunt alles over zwangerschappen op Internet opzoeken.
- Als je vragen hebt over seks, dan zoek je de antwoorden op Internet.
- Op Internet moet je alle sits die je wil kunnen bekijken.
- Van je ouders mag je twee keer per week Internetten.
- Ouders moeten zorgen dat je niet verslaafd raakt aan Internet.
- Van je ouders mag je zolang op Internet als je zelf wilt.
- Iedereen bij ons thuis heeft een eigen computer met Internet.
- Via een site kun je anonieme mailtjes sturen.
- Via een site stuur je een anoniem mailtje naar een vriend waar je boos op bent.
- Een leerkracht is vertrokken naar India. Via een website word je op de hoogte gehouden van wat hij daar doet.
- Via de treiter-site heb je goede ideeën gekregen hoe je iemand kan pesten.
- Je vindt het leuk om treiter-en-afzeik-sites te bezoeken.
- Je zet de naam van een stomme klasgenoot op een pestsite.
- Via de site van de politie kun je aangifte doen omdat je bedreigd wordt via je mail.
- Op school worden regels gemaakt om veilig te kunnen Internetten.

E-mailen
- Een van je klasgenoten mailt rond dat hij jullie leraar een homocafé binnen heeft zien gaan.
- Jullie hebben een leuke jonge mentor. Met Valentijnsdag besloot een aantal jongens haar een digitale liefdeskaart te sturen.
- Een klasgenoot stuurt een “grapje” per mail rond. Klik hier. Als je klikt, verandert de cursor in een piemel die je niet verwijderen kan.
- Als je met een probleem zit kun je je mentor ook ‘s avonds mailen. Dat heeft hij zelf gezegd.
- Een klasgenoot mailt naar een dikke jongen een foto van een varken.
- Het is uit met je vriendin. Je komt erachter dat zij een foto waarop jullie staan te zoenen, aan iedereen heeft gemaild.
- Het is uit met je vriendje. Hij heeft op een foto van een naakte dame jouw hoofd geplakt en stuurt die per mail naar al zijn vrienden.
- Je bent boos op een klasgenoot, je stuurt diegene een virus per mail.
- Jullie gezin heeft één mailadres. Jullie kunnen de mail van elkaar lezen.
- Je zusje leest je mail.
- Je geeft het password van je mailbox aan je vriendin.
- Je vriend moet een mailtje versturen. Je geeft hem je password zodat hij jouw computer kan gebruiken.
- Mail van onbekenden verwijder ik meteen uit mijn mailbox.
- Je hebt een mailtje van een onbekende afzender. Je bent nieuwsgierig wat erin staat. Je opent het mailtje.
- Je vriend stuurt een foto van zichzelf. Je vindt hem zo mooi dat je de foto doorstuurt naar je vriendin.
- Je bent verliefd op een leraar van school. Je mailt naar je vriendinnen dat hij ook verliefd is op jou.
- Je hoort dat een jongen van school morgen wil gaan vechten. Je mailt dit naar al je klasgenoten.
- Je ouders willen dat jij aan hun je mail laat lezen.
- Je moeder vindt dat zij jouw password moet weten.
- Een jongen vroeg het mailadres van mijn vriendin. Ik heb het hem gegeven.
- Je stuurt een mailtje naar je beste vriend waarin jij hem vertelt over een ruzie thuis. Hij stuurt het door naar al je andere vrienden.
- Je hebt leuke foto’s van de vakantie. Je broertje stuurt een foto van jou in je bikini naar al zijn vrienden.
- Je bent boos op een klasgenoot. Je stuurt een mailtje naar diegene waarin je heel veel scheldwoorden gebruikt.
- Je hebt ruzie met een jongen uit de klas. Om hem te pesten stuur je een mailtje rond dat hij verkering heeft met het lelijkste meisje van de school.

SMS’en
- Een van de meisjes uit je klas is verliefd op je. Ze stuurt je sms’jes om dit te vertellen.
- Een leerkracht stuurt je wel eens privé sms’berichten.
- Sommige meisjes krijgen via de sms privé-uitnodigingen van een leerkracht.
- Voor de gein stuur je een sms naar je iets te dikke vriendin met de woorden: Miss Piggy
- De politie stuurt sms-bommen naar nummers van gestolen telefoons.
- De school stuurt sms-bommen als ze weten dat je aan het spijbelen bent.
- School stuurt bij afwezigheid een sms naar jou en naar je ouders.
- Je vindt dat je onder schooltijd best een sms’je kunt versturen.
- Je vraagt aan de leraar of je naar het toilet mag. Op het toilet verstuur je een sms.
- Je vriendin heeft het uitgemaakt. Omdat je boos bent, blijf je haar vervelende sms’jes sturen.
- Je vriendin maakt het uit. Jij bent nog steeds verliefd. Je stuurt elke dag een paar sms’jes om te vragen of ze het weer goed wil maken.
- Je vriend heeft het uitgemaakt en je bent heel verdrietig. Je stuurt hem elke dag een paar sms’jes om te vragen of hij je wil komen troosten.
- Je hebt verkering met een jongen en je wilt het uitmaken. Je stuurt hem een sms om te vertellen dat het uit is.
- Je bent boos op een klasgenoot. Je stuurt sms’jes met de woorden: "morgen op school?.”
- Op school gaat de roddel dat een klasgenootje zwanger is. Je sms’t dit vlug naar al je vrienden.
- Je hebt ruzie en je sms’t naar je vriendinnen dat ze je na school moeten komen helpen.
- Je moet nablijven op school. Je sms’t je vader dat je na moet blijven en dat je het daar niet mee eens bent.
- Je hebt straf gekregen. Je sms’t naar je vader dat hij naar school moet komen.

Tip: Sluit het spel af met een protocol waarin samen regels worden afgesproken.

Lokatie thuis / Producten en diensten / Lessen
Gepubliceerd: do 30 aug 2007 · Laatst gewijzigd: vr 31 okt 2008