Home » Artikelen » ’Als je naar de training komt, maken we je af’

’Als je naar de training komt, maken we je af’

Eén op de vijf kinderen wordt gepest op sociale media. Scholen komen in actie en moeten vanaf 2015 verplicht anti-pestprogramma’s uitvoeren. Maar bij sportclubs, waar het probleem evenzeer speelt, staat de aanpak van cyberpesten nog in de kinderschoenen. Helaas voor kinderen als Ties, die eerder met plezier ging voetballen.

'Láát nou maar, mama', had Ties gezegd. Liever door de grond zakken dan dat zijn moeder naar de club zou stappen. Dat zou het alleen maar erger maken. Dan zou hij helemaal zijn gezicht niet meer kunnen laten zien bij de B3. Je verlinkt elkaar niet, dan kun je erop rekenen dat ze je nog een keer te grazen nemen. Bovendien wilde hij het liever vergeten. Wegstoppen. Net doen of er niks was gebeurd.

'Rot toch op'

Ze hadden hem al een keer weggepest. En hij was nét, vier jaar later, weer terug in het team. Hetzelfde team van toen, want je hebt de B1 en de B2, dat is de selectie. En dan heb je de B3. Voor de jongens zoals hij, die niet zo goed kunnen voetballen. En voor de jongens die wel kunnen voetballen maar niet de discipline en teamgeest hebben voor hogerop. Hij was net weer terug, veertien jaar oud, en zij hadden inmiddels natuurlijk vier jaar meer training en vier jaar meer conditie dan hij. Dan kun je zo’n tweet wel verwachten: 'Rot toch op, je kan niks, door jou hebben we verloren'.

Maar zijn moeder vond het een stap te ver. De coaches van het team waren sowieso slappe zakken als het ging om ingrijpen. Nooit hadden die iets gezegd als de bal weer snoeihard in zijn buik werd geschoten, als er werd geroepen: 'Dikzak, je kan niet rennen!' Elke training prijs. En dan ineens die genadeslag op Twitter. De harde ballen kwamen nu ook vanachter de computer.

Cyberpesten op het sportveld

Eén op de vijf jongeren wordt op sociale media gepest, een verdubbeling ten opzichte van 2008. En pesten, dus ook cyberpesten, gebeurt net zoveel op en rond het sportveld als op school, blijkt uit onderzoek van sociaal wetenschapper Paul Baar van de Universiteit Utrecht (Pesten op sportverenigingen, 2012). 'Let wel: 1,6 miljoen kinderen in Nederland doen aan georganiseerde sport.'

Het gaat bij digitaal pesten bijvoorbeeld om scheldpartijen of bedreigingen van teamgenoten of scheidsrechters via Twitter, WhatsApp, Facebook of Snapchat, om (seksuele) intimidatie of het verspreiden van beeldmateriaal als intieme foto’s of filmpjes. Cyberpesten gaat vaak verder dan ’gewoon’ pesten omdat de anonimiteit van het internet de grenzen verlegt. Dan kun je zomaar de situatie krijgen dat vijftienjarige hockeymeisjes een wat minder teamgenootje een dreigbericht sturen via Snapchat: 'Niemand wil jou in het team. Als je naar de training komt, maken we je af.'

Digitale agressie

In april 2014 werd de website www.digitaalpesten.nl gelanceerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Kinderombudsman Marc Dullaert voor eerste hulp bij digitaal pesten. De site richt zich vooral op scholieren. De aanpak van misbruik van sociale media bij sportclubs staat echter nog in de kinderschoenen.

De sportbonden geven aan dat ze vaak met lege handen staan als er klachten binnenkomen over digitale agressie rond het veld. Daarom starten de Koninklijke Nederlandse Hockeybond (KNHB) en kenniscentrum Mijn Kind Online de campagne Sportief met Sociale Media, met een toolkit voor verenigingen, die eind augustus beschikbaar komt. 'Alle partijen zijn nog zoekende hoe hiermee om te gaan. Daarom is het goed dat er nu een handvat voor verenigingen komt', zegt manager verenigingszaken van de KNHB Guido Davio. 'Dan weet je wanneer je als bestuur moet zeggen: "Dit gaat over alle grenzen heen, hier moet je een tuchtzaak van maken en overgaan tot schorsing". Maar dat is een uiterste. Het gaat meer om het gesprek dat je met z’n allen voert. Dat je kinderen bewust maakt van de impact. Je ziet dat cyberpesten vaak vluchtig gebeurt, in een opwelling, terwijl ze niet beseffen wat de consequenties zijn.'

Trainers zien het niet

Volgens Paul Baar zien veel trainers pesten en cyberpesten op en rondom het sportveld nauwelijks of niet niet als een probleem. 'Het is nog een non-issue. Sportspecifieke anti-pestprogramma’s zijn er nu nog niet, in de literatuur is het sprokkelen. Het is ook vreselijk ingewikkeld om er een vinger achter te krijgen. Pesten gebeurt vaak achter de rug van de trainer om, in de kleedkamer. Digitaal pesten gebeurt ook nog eens buiten de hekken van de sportvereniging. En het is een groepsproces. Je hebt niet alleen dader en slachtoffer, maar ook meelopers en verdedigers.'

Ronald Swensson van Stichting Jeugdsport maakt zich er druk over dat de discussie de afgelopen jaren, en met name na de dodelijke mishandeling van grensrechter Richard Nieuwenhuizen van de Almeerse voetbalclub Buitenboys in 2012, is vernauwd tot de agressie op het veld. 'Daar zijn ongelooflijk veel programma’s op losgelaten, maar als het gaat om het ’zachtere’ geweld als pesten - dat net zo funest is, want dat gaat om geestelijk geweld - is het heel lang stil gebleven.' De focus is verkeerd komen te liggen, zegt Swensson, terwijl het percentage drop-outs in de jeugdsport met tien tot dertig procent ’bizar’ hoog is. 'En waarom stoppen die kinderen met sporten? Een groot deel heeft echt te maken met pestgedrag.'

Rol voor de sportvereniging

Swensson heeft zelf met zijn middelste zoon van 12 meegemaakt hoe ’stevig’ het er via de mobieltjes aan toe gaat. Op school werd dat door de mentor van zijn zoon fantastisch opgepakt. 'Maar het speelt veel breder. Die jongeren zien elkaar voortdurend in allerlei omstandigheden, buiten school trainen ze twee keer in de week, zaterdag gaan ze naar de wedstrijd. Daar is zeker ook een rol weggelegd voor de sportvereniging. Maar die is nu nog niet geborgd, het is allemaal nog hapsnap.'

Het initiatief van de KNHB en Mijn Kind Online moet daarin verbetering brengen. Sportief met Sociale Media wordt ook opgenomen in het programma Samen naar een veiliger sportklimaat (VSK) van het ministerie van VWS, de sportbonden en sportkoepel NOS*NSF, dat inmiddels bij 42 sportbonden wordt uitgevoerd. Projectleider Marij van Tienen van VSK krijgt bij de workshops die ze bij sportverenigingen geeft de laatste jaren aanzienlijk meer vragen over problemen met sociale media. Dan gaat het bijvoorbeeld om Twitterberichten over jeugdwedstrijden, waarin de teams elkaar uitdagen.

Gedist in de WhatsApp

Projectleider van Tienen: 'Ik moet zeggen dat ik wel behoorlijk geschrokken ben hoe teams met elkaar omgaan. Dan gaat het over ’die boeren uit…’ of ’die dikke op linksachter’ of ’die zwarte van…’ En binnen teams heb je vaak een WhatsApp-groep, het is best moeilijk om dat in goede banen te leiden. Als daar achttien meiden op zitten, hoe zorg je dan dat er geen mensen worden gedist?'

Wat er online gebeurt, onttrekt zich vaak aan het zicht van ouders, coaches, bestuur of bond. Pas bij excessen, zoals de zelfmoord van een langdurig gepest kind, komt aan het licht wat er allemaal op de achtergrond heeft gespeeld. 'Het zal zeker op veel grotere schaal gebeuren dan we zelf merken', zegt hoofdredacteur Gijs van Oosten van hockeyouders.nl en hockey.nl. 'Cyberpesten is ook wel een taboe in de hockeywereld, waar succes een keuze is. Het kind dat wordt gepest, zegt het vaak niet. Dat lijdt in stilte.'

Elkaar verantwoordelijk maken

Uit een recente Kamerbrief van staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs blijkt dat een groot deel van de anti-pestprogramma’s die over de scholen zijn uitgerold, niet of zelfs averechts werkt. 'Zover zijn we dus helemaal nog niet bij de aanpak van pesten', aldus onderzoeker Paul Baar. Niettemin vindt hij het belangrijk dat ook cyberpesten door sportverenigingen wordt erkend en dat daar binnen de club afspraken over worden gemaakt. 'Je moet het vastleggen als een sociaal contract en elkaar verantwoordelijk maken voor de aanpak van welk pestgedrag dan ook. Je moet wel wát doen. Maar het is voortschrijdend inzicht.'

De toolkit Sportief met Sociale Media biedt onder meer een model-protocol voor het gebruik van sociale media op en rond de club en voorlichtingsmateriaal voor begeleiders. 'Cyberpesten gaat maar door, 24 uur lang, ook als je niet op de sportclub bent. Je kunt het niet meer ontkennen of negeren', zegt Marijke Fleuren, voorzitter van de Europese Hockey Federatie en lid van het kernteam van VSK. 'Maar heel veel mensen weten niet eens dat het bestáát. Veel coaches zijn ouder, die zijn niet met sociale media opgegroeid, zitten zelf ook niet op Twitter of WhatsApp. Elke vereniging zou gebaat zijn bij een avondje cyberpesten voor trainers. En die kunnen het dan weer in hun teams bespreken. Zo kun je goede stappen zetten.'

Afspraken maken, optreden èn handhaven

Het gaat vooral om die bewustwording, benadrukt Fleuren. 'Niet direct dreigende taal uitslaan en straffen. Maar er met elkaar over praten en samen afspraken maken. Die vastleggen in beleidslijnen. En als iemand zich daar niet aan houdt, ga je een treetje hoger. Dan moet je optreden en de regels handhaven. Ik heb niet de illusie dat je het helemaal kunt uitbannen. Maar ik geloof in deze aanpak omdat je mensen met elkaar verbindt en niet tegen elkaar opzet. Doordat je die structuur aanbrengt, ben je veel geloofwaardiger. Je toont aan dat je misstanden niet meer accepteert.'

Alles voor de club

Ondertussen voetbalt Ties alleen nog maar een beetje met vriendjes op straat. Hij was bang geweest dat hij het over zich heen zou krijgen als zijn moeder aan de bel trok. Hij kreeg gelijk. Zij schakelde de jeugdcoördinator in, die de bewuste pester diezelfde avond nog zijn excuses liet aanbieden. Zij was blij geweest hoe het jeugdbestuur er bovenop dook. Snapt ook wel dat het moeilijk is alles bij de coaches neer te leggen omdat die niet pedagogisch geschoold zijn en gewoon de jongens lekker een balletje willen laten trappen. Alles uit liefde voor de club, liever geen gezeik. Die zitten ook niet de hele dag op Twitter te controleren wat daar allemaal gebeurt.

Maar haar zorg was: wat doet het met mijn oudste? Hij was vroeger faalangstig geweest, had staan trappelen om weer te beginnen. Hij was misschien geen hoogvlieger, maar wel dol op dat voetballen. Er kwam een gesprek met het bestuur, de tweet werd verwijderd. Hij had het nog even volgehouden. Maar een paar weken later vond Ties zijn nieuwe trainingspak vernield terug. Toen was de zin wel weg.

 

Marjolijn de Cocq
Tags en rubrieken