Home » Artikelen » Patti Valkenburg: 'Kinderen hebben het nodig dat ouders grenzen stellen'

Patti Valkenburg: 'Kinderen hebben het nodig dat ouders grenzen stellen'

Jongeren zitten dagelijks gemiddeld zes uur voor een scherm - meer tijd dan ze op school doorbrengen. Wat moet je daar als ouders mee? Hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving Patti Valkenburg van de Universiteit van Amsterdam bundelt in haar boek Schermgaande jeugd de wetenschappelijke stand van zaken.

Ze is een geluksvogel, lacht hoogleraar Patti Valkenburg (56) in haar grote lichte kamer in het Amsterdamse Maagdenhuis, met zicht over Het Spui. De werkplek hoort bij haar status. In 2003 stichtte ze aan de Universiteit van Amsterdam het Onderzoekscentrum Jeugd en Media, nu één van de grootste in zijn soort wereldwijd. Ze heeft ruim 170 internationale wetenschappelijke publicaties op haar naam over jeugd en media en ontving in 2011 de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs, de Spinozapremie.

U schetst in Schermgaande jeugd hoe media razendsnel het hoofdbestanddeel zijn geworden in het sociale leven van jongeren, met alle ups en downs. Wat wilt u ouders vooral meegeven?

'Hoop. Je hoort van zoveel ouders dat de opvoeding zoveel moeilijker is geworden en dat ze enorme moeite hebben het mediagebruik van hun kinderen binnen de perken te houden, vooral bij pubers. Maar uit het wetenschappelijk onderzoek dat er nu ligt, blijkt dat er over het algemeen best hoop is.

Mensen vragen me: kinderen zes uur achter het scherm, is dat niet heel veel? Ja, dat is veel! Maar kinderen doen wat wij doen - en wij zitten vaak nog veel meer dan zes uur achter het scherm.

Waar steeds meer zorg over bestaat is dat met alle bliepjes en het constant bereikbaar zijn naast de nachtrust ook de dagrust steeds meer verstoord raakt. Het gevaar is dat hun tijd overvol raakt. 

In de wachtkamer van de dokter, op het station, zelfs op de wc zitten ze met hun smartphone. Ik observeer het bij mezelf ook. Ik ben minder gaan lezen. Wil je op zaterdag rustig de krant lezen, en dan zie je ineens dat iemand je heeft geretweet of dat een collega iets op Facebook heeft gezet. We hebben veel meer verleidingen en dus afleiding. Vroeger had je je social media op je desktop op het bureau, toen verhuisden die naar de laptop in je tas en nu met de smartphone naar je zak. Ze zitten je letterlijk dichter op het lijf.

Er zal, net als met alcohol of agressie, altijd een klein percentage jongeren zijn bij wie het extreem moeilijk aan te pakken is. Maar als je systematisch afspraken maakt, kun je het wel reguleren."

U beschrijft de 'magische aantrekkingskracht' van Ipads op baby's en dreumesen, verklaart de 'niet te stuiten' voorkeur van jonge kinderen voor gewelddadig entertainment. U erkent dat sociale media 'onweerstaanbaar' zijn voor pubers. Het lijken wel oerkrachten, hoe kunnen ouders daar nou tegen opboksen? 

'Er is nooit eerder een interface geweest die zo aansluit op de cognitieve vaardigheden van de allerkleinsten als een tablet met touchscreen. Kinderen van vijf tot acht houden vaak tot ergernis van hun ouders van series met actie en geweld en een simpel verhaal. Pokémon, Ninja Turtles. Zo alom tegenwoordig dat verbieden haast geen zin heeft.

En inderdaad, sociale media zijn onweerstaanbaar voor pubers die werken aan hun zelfbeeld en zelfvertrouwen, ze durven meer via sociale media, overwinnen hun verlegenheid, krijgen directe feedback uit hun omgeving.

Maar uit de wetenschappelijke onderzoeken heb ik wel een aantal adviezen kunnen destilleren. In de eerste plaats moeten ouders zich realiseren dat mediagebruik heel snel een gewoonte wordt. Gewoontegedrag kan binnen een paar weken ontstaan, maar is moeilijk weer af te leren. Het is dus belangrijk om dat te voorkomen. Door regels te stellen en afspraken te maken, juist voordat bijvoorbeeld een nieuwe game in huis komt. Voordat de misstap is begaan. En wees consistent. Als je niet handhaaft, raak je je geloofwaardigheid kwijt en kan er conflict ontstaan of zelfs een boomerangeffect."

In het debat over jeugd en media voert negativiteit doorgaans de boventoon. Het gaat over de risico's, over cyberpesten, over gameverslaving en internetporno. U constateert dat met zekere ergernis.

'In alle jaren dat ik nu onderzoek doe heb ik wel gemerkt: goed nieuws is geen nieuws. Je leest in de kranten altijd dat het de spuigaten uitloopt. Inderdaad, gewelddadige games kunnen bij sommige kinderen tot agressie leiden. Maar door gamen krijgen kinderen ook beter ruimtelijk inzicht, hun oog-hand coördinatie verbetert, hun probleemoplossend vermogen wordt aangesproken. En ook sociale media hebben veel positieve effecten. De status quo is dat het bij de meeste kinderen tot grotere sociale verbondenheid leidt. Bij de meeste kinderen, zeg ik nadrukkelijk. Wat ouders kunnen doen als het bijvoorbeeld gaat om geweld of seks is actief een tegencultuur bieden. Je zit niet in een vacuüm. Je kunt uitleggen dat iets niet gewoon is en zo een negatief effect tegengaan. 

Een echte downside is wel het groeiende probleem van obesitas. Je hebt al termen als de Nintendoduim, WhatsAppitis en een gamerug. We moeten erkennen dat Het Nieuwe Zitten gevolgen heeft. Waar het om gaat is het teveel. Daar ligt echt de uitdaging voor de toekomst. Want wat is teveel? Als je bedenkt dat kinderen in de jaren negentig hooguit twee uur televisie keken en nu zes uur achter een scherm zitten, schuift het hartstikke snel op. Kinderen hebben het echt nodig dat ouders grenzen stellen."

Patti Valkenburg, Schermgaande jeugd - over jeugd en media. Uitgeverij Prometheus-Bert Bakker, 409 pagina's, 22,95 euro

Marjolijn de Cocq
Tags en rubrieken
Onderwerpen: